Tuesday, October 09, 2007

Plastic bloemen

Hij geeft extra gas, deze stoep is een lastige. Als het karretje de hobbel neemt, zakt zijn pet een beetje scheef. Hij bijt hard op zijn lip. De bekende ijzersmaak. Dan snel naar boven kijken, de lucht, best blauw. Bijna. Het valt allemaal best mee.

Een auto passeert hem met een vaart. Een plas, spettert, water, zijn kruis.  

De goede moed.

Voorop zijn karretje prijken plastic bloemen. Rood, geel, blauw, paars. Hij glimlacht.

De buren hadden gekeken. Hoe hij het plastic met zorg rangschikte, met zijn handen grauw van ouderdom. Hij voelde hoe het puntje van zijn tong naar buiten stak.

Laat ze maar lachen.

Een meisje had ze op haar fiets. Ook zo voorop. Hij was haar achterna gereden, zo hard als zijn karretje kon. Zag haar het park in rijden. De gouden haren lagen op haar smalle rug, ze droeg een rode jurk. Het was of ze was omringd door de bloemen en het had hem doen denken aan iets van vroeger.

Als een poëzieplaatje.

Posted by at 13:01:51 | Permanent Link | Comments (27) |

Friday, August 17, 2007

Familie-uitje

McDonalds, tien uur ’s ochtends. Een Indiaas gezin zit aan een van de plastic tafeltjes bij het raam. Vader, moeder en drie kinderen. Hun jassen nog aan, op tafel staan papieren bakjes en liggen proppen vettig papier. Moeder voert het kleintje dat bij haar op schoot zit, vader trekt aan het oor van de oudste, een jongetje, en duwt hem weer terug op zijn stoel. Het jongetje trekt een ontevreden gezicht. De middelste, een meisje, is moe, ze hangt tegen de mollige schouder van haar moeder en staart naar buiten. Op haar trui slaat een afgebladderde Katrien Donald Duck met een deegroller.

 

Zouden ze iets te vieren hebben?

 

Posted by at 12:15:41 | Permanent Link | Comments (0) |

Tuesday, August 14, 2007

Vrijheid

Dansen alsof niemand je ziet

Schrijven alsof niemand je leest

Posted by at 10:01:45 | Permanent Link | Comments (0) |

Monday, August 13, 2007

Leven

Plavuizen, dat houd je makkelijk schoon. En buiten geen gras maar tegels. Vrienden moeten bellen, niet zomaar langs komen. Koffie in schijfjes, ik wil niet van die bruine spetters in de gootsteen. Gebak eet ik niet. En ik sport, veel, vooral als ik boos ben. Ik heb geen probleem. Daar heb ik het te druk voor. Daarom is mijn huis nieuw. En weeg ik mezelf elke dag. Zodat ik niet op een dag als een zwijn wakker word. Omdat ik even niet oplette. De vraag of het leven leuk is, doet niet ter zake. Ik heb haast. 

 

Posted by at 18:13:57 | Permanent Link | Comments (0) |

Tuesday, December 19, 2006

Een park in een stad ergens in het Midden-Oosten

Er slentert een stelletje door het lege park. De jongen in een militair tenue, het meisje draagt een hoofddoek. Ze gaan op een bankje zitten. Hij buigt zijn hoofd naar haar toe, ze lacht. Zoenen mag niet. Hoe zal het zijn wanneer hij haar voor het eerst zonder hoofddoek ziet, zij hem voor het eerst in gewone kleren? Haar haren glanzend en zwart, hij in spijkerbroek en T-shirt. Ze staan tegenover elkaar en willen alleen maar kijken, kijken en nog eens kijken. Maar zij slaat verlegen haar ogen neer en hij bestudeert de punten van zijn gympschoenen.
Posted by at 14:07:24 | Permanent Link | Comments (0) |

Wednesday, August 02, 2006

Lekker snoepen

In de bakker in Noord staat de tijd stil. Er hangt een geur die je tegenwoordig nergens meer ruikt. Het is een geur vol belofte: gebak, koek, chocolade en vers brood gecombineerd met de geur van geschuurd hout, met groene zeep geschrobde plavuizen en een vleugje terpentine waarmee de glazen vitrines tot glimmens zijn gepoetst. De schappen puilen uit met broden in alle soorten en maten. Notenbrood, suikerbrood, tijgerbrood. Daaronder rieten manden met bolletjes, hard, zacht, wit, bruin. Kwarkbollen, chocoladecroissants. Onder de toonbank lacht het gebak je tegemoet, de verjaardagstaarten met gezichten, ogen van slagroom en hagelslag, een mond van marsepein. En dan de rijen kasten volgestouwd met snoep in felgekleurde blikken waarop kinderen spelend met een houten tol staan afgebeeld. Kettingen van spek, versuikerde sneeuwmannetjes en boerderijdieren van rode, groene en gele zoetigheid.  

 

Maar het allermooiste is de juffrouw. Omdat ze zo goed past bij de winkel. Haar stem, hoog en met een zangerig Amsterdams accent, haar gezicht, alles rond met twee lachende halve maantjes als ogen, haar kapsel: een hoge suikerspin in de kleur oranjeroze. Maar het is vooral de manier waarop ze ‘lekker snoepen’ zegt. Met die twee woorden gooit ze je zo in de schoot van je oma, die waarschijnlijk naar precies zo’n zelfde winkel ging. Om lekker te snoepen.

Posted by at 16:05:15 | Permanent Link | Comments (1) |

Tuesday, July 25, 2006

Hitte

De zeeotters van Artis zwemmen tussen de ijsblokjes en krijgen ijslolly’s met garnalensmaak.
Posted by at 13:55:47 | Permanent Link | Comments (0) |

Sunday, July 23, 2006

Telefoongesprek

“Je gaat die poezen toch niet wegdoen voor hem?”

 

...

 

“Wie denkt hij wel niet dat hij is?”

 

...

 

“Als hij niet van dieren houdt, houdt ie ook niet van mensen. Hij houdt alleen maar van zichzelf. Mister Wonderful.”

 

...

 

"Allergie m’n reet.”

 

...

 

“Als je die poezen maar niet de deur uit doet.”
Posted by at 13:48:43 | Permanent Link | Comments (0) |

Tuesday, July 18, 2006

Liefde

Hij kijkt wat geschrokken uit zijn ogen. Op zijn neus staat een bril met reusachtige glazen, omrand met lichtbruine randen. Zijn slappe, bruinig uitgeslagen huid verraadt zijn leeftijd. Op zijn kaak ligt een grijs stukje dons, als van een diertje.   Zijn lief, haar blauwe ogen gelukzalig leeg, vergeet haar geheugen, hoort nauwelijks, en glimlacht. Met trillende vingers vervangt hij het platte batterijtje van haar gehoorapparaat. Ze kijkt toe, en neemt het apparaat verbaasd van hem aan. Houdt het in haar hand. Hij pakt het weer terug, staat op en probeert het in haar oor te stoppen. Gewillig houdt ze haar hoofd schuin.  Als het tijd is om naar buiten te gaan, draagt zij zijn opvouwbare krukje. Hun armen haken vloeiend in elkaar, hun stramme benen stappen als in een strak geoefende choreografie op een onhoorbaar ritme. Na honderd meter zet ze het krukje voor hem neer. Hij gaat zitten. Zegt iets. Ze reageert niet, kijkt naar de lege lucht. Hij geeft een zacht tikje op haar onderarm, wijst naar haar oor. Ze bukt voorover en keert hem de zijkant van haar gezicht toe, hij pulkt het apparaat uit haar oor. Uit zijn binnenzak diept hij een nieuw batterijtje op. 
  
Posted by at 19:46:30 | Permanent Link | Comments (0) |

De neus en de perzik

Zijn donkere lijf is groot maar als dat van een kind. Hij draagt een zonnebril en een vlassige sik, zijn broekspijpen zijn omgeslagen, de tenen van zijn grote voeten steken over de randen van zijn teenslippers. Hij staat vooraan op de pont, en lijkt zomaar wat te kijken.

 

In zijn hand heeft hij een kleine perzik met een zachtroze velletje. Hij brengt de perzik naar zijn gezicht. Hap. Nee. Hij brengt de vrucht naar zijn neus. Die neus: groot en zacht. Langzaam drukt hij de perzik tegen zijn neusgaten, de neus beweegt een beetje mee. Hij snuift. Aarzelt. Laat de perzik zakken. Kijkt weer wat om zich heen. En ruikt dan nog een keer. Houdt hem nu tegen zijn neus gedrukt. En kijkt weer rond.

 

De neus en de perzik liggen nu zacht tegen elkaar aan gedrukt. De geur van de tropen, zoete vuurlucht, hete droge aarde. En dat op het koude zwarte water van het IJ.

 

Dan laat hij de perzik weer zakken. Zou hij verrot zijn? Nee. Opeens, met een trefzeker gebaar, brengt hij hem naar zijn mond en zet zijn tanden er in. Het velletje breekt, zijn tanden snijden soepel door het malse vruchtvlees. Er druipt een straaltje sap langs zijn kin.

 

De pont meert aan, de klep valt met een luide klap op de kade. Passagiers bewegen ongedurig, als hazewindhonden in hun hokjes voor de start. Hij heeft geen haast. In trage pas, zijn rug trots hol, loopt hij van de pont af terwijl mensen langs hem heen schieten op hun fietsen. De perzik is nog niet op.

Posted by at 19:40:25 | Permanent Link | Comments (0) |